LIJNENTEELT? NEEN, DANK  U.
Beste vrienden,
 
Toen we enkele jaren geleden een enquête hielden onder onze leden over de onderwerpen die men aan de orde wou zien komen tijdens onze ledenvergaderingen, hadden enkele mensen een uiteenzetting gevraagd over ‘lijnenteelt’. Ik was één van die mensen. Totnogtoe is het onderwerp niet aan de orde gekomen en de belangrijkste reden hiervoor is dat we (nog) niemand gevonden hebben, die hierover een voordracht geeft.
 
Ik herinner me bedenkingen van Theo Vandegaer dat ‘lijnenteelt met kleurkanaries nog niet zo eenvoudig was, of het moest met witte zijn’. Ik hoorde andere mensen zeggen: ‘Met onze kanaries van vandaag wordt het moeilijk om met dezelfde vogels 4 à 5 jaar te kunnen kweken, zeker als het om poppen gaat!’. Ik heb aan meerdere kwekers gevraagd: ‘Doe jij lijnenteelt? Zo ja, hoe doe je dat?’, maar totnogtoe heeft niemand me kunnen overtuigen van het nut van lijnenteelt.
 
Anderzijds hoor ik sinds jaren dat lijnenteelt dé manier zou zijn om topvogels te kweken, en een ras uit te bouwen. Alle grote topkwekers zouden dit doen … Ik weet het niet. Misschien kan dit stukje een aanleiding zijn om er eens een discussie over te hebben op één van onze ledenvergaderingen.
 
De mensen die mij iets beter kennen, weten dat ik een grote bewondering heb voor mensen die veel weten over de biologische en biochemische aspecten van wat zich in een vogellichaam afspeelt. Zij kunnen echt bewust en gericht, op een haast wetenschappelijke manier aan hun vogels bouwen, omdat ze het inzicht hebben in wat er normalerwijze zou moeten gebeuren in het vogellichaam, in de bevedering, in de organen, etc.
 
Zelf weet ik daar eigenlijk niets van, maar ik probeer zoveel mogelijk mee te pikken van wat er daarover verteld wordt. Ik heb een wiskundige vorming, ben ongeveer 23 jaar actief in het informatica-wereldje en wat ik daaraan overhoud, is wat logica: ik probeer dingen te begrijpen en als ik er een bepaalde logica in zie, dan zal ik ze toepassen. Ik ben echter ook zeer conservatief ingesteld, en ga zeker niets proberen gewoon omwille van het proberen.
 
Zonder dat iemand mij totnogtoe precies kunnen uitleggen heeft, HOE men lijnenteelt bedrijft en wat er de voordelen van zijn, kan ik er hoegenaamd geen logica in vinden dat dit de weg naar succes zou zijn. Integendeel, wat ik doe staat zo goed als haaks op lijnenteelt. In wat volgt zal ik proberen te beschrijven wat men mij erover vertelde en wat mijn idee ervan is.
 
Ik begrijp lijnenteelt als volgt:
 
1.  Men vertrekt van een goede vogel, die de stamvader (of –moeder) van de lijn moet worden. Laat ons aannemen dat het om een man gaat.
2.  Men paart die man aan 2 of 3 poppen. Alle jongen hiervan hebben 50% van die stamvader, tenminste in de veronderstelling dat de poppen waaraan hij gepaard werd niet verwant waren aan de stamvader.
3.  Het jaar erna paart men de stamvader aan een aantal van zijn dochters, wat jongen oplevert die 75% van de stamvader in zich hebben. (De jonge popjes van het eerste jaar, met 50% stamvader, worden geëlimineerd, omdat zij onvoldoende van die stamvader hebben.)
4.  Het derde jaar paart men de stamvader aan een aantal van deze dochter-kleindochters, wat jongen oplevert die 87,5% van de stamvader hebben en dus al aardig in de buurt van die stamvader komen.
5.  Het vierde jaar doet men dit nog eens over met dochter-kleindochter-achterkleindochters, en dan heeft men jongen die 93,75% van die stamvader hebben.
6.  Dan stopt men ermee ‘om inteelt te vermijden’ (!?) en paart die vogels aan vogels van een andere lijn, om het geheel nog eens over te doen.
 
In de loop van de jaren heeft men uiteraard uit één van deze paringen wel een goede vogel gekweekt waar men ook weer een nieuwe lijn mee opgestart heeft. Zo zou men een aantal ‘lijnen’ naast elkaar hebben zodat men nooit helemaal ‘uitgekweekt’ geraakt.
Ik weet niet of dit klopt, en of er mensen zijn die op een andere manier aan lijnenteelt doen, maar dat is wat ik uit al mijn vragen van de voorbije jaren heb overgehouden.
 
Wat heb ik nu tegen deze aanpak? Wel, nogal wat:
 
  1. Om te beginnen vind ik het uitgangspunt verkeerd: de bedoeling is die stamvader opnieuw te kweken, en als het kan in grotere aantallen. Je hoort mij nu niet zeggen dat ik de voorbije jaren geen enkele vogel gekweekt heb, die ‘goed’ was en die mocht gezien worden, maar ik heb zeker nog geen enkele vogel gekweekt waarvan ik vind: ‘Dat is het nu! Zo moeten ze zijn!’. Neen, om terug te vallen om een eerder artikeltje: die vogel zit nog steeds enkel in mijn hoofd, en ik weet niet of ik er zal in slagen om hem ooit te kweken. Wellicht is het ook zo dat de vogel in mijn hoofd mee evolueert, en dat de lat steeds hoger gelegd wordt. Mijn basispunt is: aan elke vogel kan wat verbeterd worden, en dat is voor mij het plezierige aan onze hobby: steeds verder proberen te gaan. Daarom is mijn uitgangspunt vóór elke kweek: proberen vogels te kweken die BETER zijn dan wat ik ervoor gekweekt heb. Bij lijnenteelt zoals hierboven beschreven is de bedoeling om die stamvader opnieuw te kweken: dat is stagnatie, geen vooruitgang.
  2. Die lijnenteelt is een opeenstapeling van inteelt, hoe men het ook bekijkt (althans in mijn logica). De stelling dat inteelt een ras veredelt, is iets wat ik niet kan vatten. Of het nu gaat om de edelen en de aristocratie in vroegere eeuwen, die steeds onder elkaar huwden en er soms letterlijk ‘blauw bloed’ van kregen, of het nu gaat om vb. Volendam waar de bevolking ook enkele eeuwen steeds onder elkaar huwden en kinderen kregen, en waar nu een zeer hoog gemiddeld percentage is aan mensen met allerlei kleinere of grotere afwijkingen, … alle voorbeelden duiden eerder op een verzwakking en op het optreden van allerlei misvormingen en abnormaliteiten bij inteelt. Ik kweek steeds zo onverwant mogelijk, en onder andere daarom kweek ik per koppel: ook mijn allerbeste man krijgt maar één pop, ik paar geen neven aan nichten, zelfs geen achterneven aan achternichten, zeker niet moeder of zoon, of vader op dochter. Ik zou liegen: vorig jaar heb ik toch eens grootmoeder op kleinzoon gezet, omdat ik niet anders kon (een man was in de winter gestorven). Ik heb enkel kunnen vaststellen dat de jongen minder goed opgroeiden dan bij andere koppels (kan natuurlijk toeval zijn, want het gaat maar om één koppel), ik heb er niets van voor mij gehouden.
  3. Is het verantwoord om dergelijke verzwakte vogels te kweken? Misschien zijn er voor elke ‘goede’ in een nest twee zwakkelingen, die met moeite groot geraken, en die sommige kwekers gewoon doodgooien ‘omdat ze met het eten van die goede gaan lopen’. Ik vraag me dan af: als men bewust op die richting bezig is, waar zit dan onze vogelliefhebberij? Veel ‘liefhebben’ komt er mijns inziens niet bij kijken. Ik hoor soms van kwekers dat ze ook bonte jongen na enkele dagen elimineren. Om dezelfde reden doe ik dat nooit: dat vogeltje kan er niet aan doen dat het bont is! Ik heb al tegen vele mensen gezegd: als men met mensen hetzelfde zou doen, dan zou ik er al lang niet meer zijn: dan had men die magere jongen, met astma en veel hoofdpijn, al lang geëlimineerd!
 
Ik denk dat het inteeltpercentage bij de mensen die lijnenkweek doen, nog veel hoger is dan wat de cijfers op de vorige bladzijde aangeven, want meer dan waarschijnlijk:
 
 
Er zal wel eens een vogel kunnen gekweekt worden die beduidend beter is dan die stamvader, en die op zijn beurt het begin van een nieuwe lijn wordt, maar in de methode is dit dan eerder een toevalsproduct: de bedoeling was niet deze vogel te kweken, maar wel die stamvader opnieuw te kweken.
 
Ik denk dat, statistisch gesproken (beroepsmisvorming?), ik door bewust elk jaar opnieuw voor elke vogel een verbetering te zoeken, een grotere kans op vooruitgang zal hebben op 4 jaar, dan degenen die op die 4 jaar weer diezelfde vogel willen kweken, weliswaar in grotere aantallen maar ook … fel verzwakt!
 
Zoals gezegd, het bovenstaande heeft totaal geen wetenschappelijke grond, het is gewoon mijn aanvoelen.
 
Ik hoop dat er onder jullie heel wat mensen zijn, die het grondig oneens zijn met mij, en die resultaten kunnen voorleggen die zowel op kwalitatief vlak als op het vlak van sterkte en gezondheid aantonen dat ik het niet bij het rechte eind heb. Ik hoop het zodat we na jaren eindelijk eens een discussie over lijnenteelt in onze club kunnen houden.
 
Uiteraard moet ik nog wel overtuigd worden ….
 
Désiré